Het gymnasium

Een van de bijzonderheden van een gymnasium is dat je er les krijgt in twee klassieke talen, namelijk Latijn en Grieks. In klas 1 begin je met Latijn en in de tweede klas komt daar Grieks bij. Na de derde klas kies je een van de twee vakken, maar je kunt natuurlijk ook doorgaan met beide vakken. Je bent in ieder geval verplicht om examen te doen in een van de twee klassieke talen.

Latijn en Grieks verschillen erg van talen als Engels en Nederlands. Een belangrijk onderdeel van de les is de uitleg van grammatica. Het uiteindelijke doel is om een stukje Latijn of Grieks naar het Nederlands te vertalen. Een Latijns of Grieks tekstje is soms lastig, en je moet aardig puzzelen om uit te vinden hoe de zin in elkaar zit. Grieks en Latijn leren is dus eigenlijk net als een moeilijke puzzel oplossen waarbij je tegelijkertijd je hersenen traint. Deze vorm van hersengymnastiek kan je uiteindelijk ook wat opleveren bij andere vakken, maar ook buiten school. In de bovenbouw lees je teksten van Griekse en Romeinse schrijvers en maak je grondig kennis met de manier van denken van de Grieken en Romeinen. Je zult merken dat die vaak niet eens zoveel verschilt van onze manier van denken.

Hoewel we op school de nadruk leggen op de taal, besteden we ook aandacht aan de cultuur. Natuurlijk leer je ook over Griekse mythen, Romeinse keizers en over Griekse en Romeinse architectuur. Veel invloeden van de taal en cultuur zie je in het dagelijks leven nog terug. Denk aan de Apollolaan, voetbalclub Ajax en aan mooie klassieke bouwwerken in de binnenstad van Utrecht.

In de vijfde klas gaan we op klassieke reis naar Italië en Griekenland. Je bezoekt dan zelf de plaatsen waar alles zich ooit heeft afgespeeld en je ziet veel dingen terug die je in de lessen hebt geleerd. Voor veel leerlingen is deze reis het hoogtepunt in hun schoolloopbaan.