Onderwijs op het CGU

Ons onderwijs bereidt leerlingen voor op de universiteit en hogeschool. Op het CGU doe je eindexamen in ten minste één klassieke taal: Latijn of Grieks. Het onderwijsniveau op onze school is hoog en de resultaten zeer goed. De docenten hebben allen hun lesbevoegdheid en houden didactische ontwikkelingen nauwlettend in de gaten. Onze zorg voor de leerlingen en het informele klimaat zijn kenmerkend voor het CGU. De afstand tussen personeelsleden en leerlingen is klein.

Leerjaar 1, 2 en 3

Onderbouw

Onze leerlingen komen van ongeveer 85 verschillende basisscholen met grote onderlinge verschillen. De eerste maanden zijn er dan ook op gericht om een hechte klas en een hecht leerjaar te vormen, waarin veilig geleerd en geleefd kan worden. Het veelzijdige brugklaskamp aan het begin van het schooljaar draagt hieraan bij. Onze leerlingen starten in leerjaar 1 met 15 vakken of vakgebieden (zie de lessentabel), waaronder Latijn en Duits. In de mentorles staan nadrukkelijk studievaardigheden op het programma, daarbij leren ze hoe ze hun huiswerk moeten organiseren, hoe ze reptities en lesstof kunnen voorbereiden. Darnaast zijn er service-uren waar leerlingen kunnen oefenen met bepaalde vaardigheden. 
In de eerste klas volgen leerlingen ook het vak INW (Inleiding NatuurWetenschappen). De leerlingen maken er kennis met aspecten van natuurwetenschap en techniek. Het is vooral een praktisch vak: leerlingen krijgen alvast een idee van natuurlijkwetenschapplijk onderzoek door het uitvoeren van praktische onderzoeken.

Tijdens het eerste jaar hebben de leerlingen wekelijks een cultuurdag. Dit bestaat uit een gemeenschappelijk programma van de secties Nederlands, Drama en Tekenen. Tijdens zo'n dag wordt in projectvorm gewerkt aan het schrijven verhalen en poëzie, het ontwerpen van flyers, het maken van filmpjes en dans-, toneel-, en muziekstukken.
In leerjaar 2 staan de vakken natuurkunde en Grieks op het lesrooster. Drama en tekenen staan als aparte vakken op het lesrooster.
In leerjaar 3, het laatste jaar van de onderbouw, leren de leerlingen kennis en vaardigheden beheersen die ze nodig hebben in de bovenbouw zoals zelfstandig leren, onderzoekend leren, het maken van grotere praktische opdrachten en het houden van presentaties. Vanaf dit jaar volgen de leerlingen het vak scheikunde. In de loop van leerjaar 3 maken leerlingen een keuze uit vier profielen voor de bovenbouw: Cultuur en Maatschappij (C&M), Economie en Maatschappij (E&M), Natuur en Gezondheid (N&G) of Natuur en Techniek (N&T). In een speciaal programma - verzorgd door de mentoren, decaan en docenten van de nieuwe vakken in de bovenbouw - krijgen de leerlingen voorlichting en begeleiding om tot een goede keuze te komen. Aan het eind van klas 3 gaat het leerjaar gezamenlijk op kamp om elkaar goed te leren kennen.

Leerjaar 4 en 5

Bovenbouw

In de bovenbouw kiezen leerlingen een profiel. Schoolvakken zijn geclusterd in vier verschillende profielen of een combinatie van twee profielen. Daarnaast kunnen extra vakken worden gekozen. Het belangrijkste verschil met de onderbouw is dat bij de verplichte vakken in het gemeenschappelijke deel in een stamklas zitten. Bij gekozen vakken zitten de leerlingen in een clustergroep.
We vinden het belangrijk dat de leerlingen een brede algemene ontwikkeling hebben. Daarom volgen alle leerlingen in leerjaar 4 het vak geschiedenis en algemene natuurwetenschappen (ANW). En er is een interessant aanbod van examenvakken, naast de gangbare vakken ook b.v. Filosofie, Spaans, Bedrijfseconomie, Kunst Drama en Kunst Muziek. Verder hoort een maatschappelijke stage tot het verplichte programma. Deze stage wordt mede door de Vrijwilligerscentrale Utrecht ingevuld. Leerlingen komen via deze kanalen in aanraking met beroepsgroepen bevolkingsgroepen die minder vanzelfsprekend zijn.
In de bovenbouw besteden leerlingen veel aandacht aan de oriëntatie op studie en beroep. Leerlingen worden hierin begeleid door de decaan en de mentoren. In principe gaan alle leerlingen in leerjaar 5 op klassieke reis.

Leerjaar 6

Examenjaar

In leerjaar 6 staat het examen centraal. De toetsen van het schoolexamencijfer bepalen voor de helft het examencijfer. Deze toetsen, die soms al vanaf leerjaar 4 plaatsvinden, bestaan uit repetities en praktische opdrachten zoals werkstukken en presentaties. Er is een Programma van Toetsing en Afsluiting per vak (PTA) waarin staat welke toetsen wanneer worden afgenomen, hoe zwaar deze wegen en welke stof daarin wordt behandeld. Het Centraal Examen vindt plaats in mei (1e tijdvak) en juni (2e tijdvak).